16 oktober 2005 · 00:24 · door Daantje
MEEKERSAPPEL
0 beelden 0 reacties
EEN INTERESSANT APPELRAS:DE MEEKERSAPPEL
In 1997 op de eerste Engelandreis van de Nationale Boomgaardenstichting leerde ik Fons Houben kennen. Hij was toen nog leraar Frans aan de hotelschool van Kerk-de-Stad. Te East Malling kwamen we in de befaamde Hatton leifruittuin, waar praktisch geen enkele vrucht te bespeuren viel. We stonden in bewondering voor de verschillende leivormen en Johan Baecke uit Balen, leifruitspecialist, was in de zevende hemel. Dat jaar had een late lentenachtvorst lelijk toegeslagen. Ook bij mij waren enkel de laatste bloeiers aan de vorst ontsnapt.
Van Fons hoorde ik toen dat zijn Meekersappel, zoals steeds, toch goed droeg. Ik kreeg van hem enthout en entte dit op een MM 106 . De Meekersappel bleek een flinke groeier die al vlug ging dragen. Hij blijkt maar weinig schurftgevoelig. Ik heb wel al een kleinere tak met kanker weggeknipt. De takken groeien breed uit en gaan door de zware dracht doorbuigen. Vorig jaar, 2004 moest ik stutten. Maar ook dit jaar was er weer een goede dracht van eerder grote, groene appels, met soms wat bruine verruwing. Het is een echte winterappel, die pas na nieuwjaar voldoende smaakt. Een hoogvlieger is het niet. Maar een appel kan je ook op diverse manieren verwerken.
Blijkbaar was de Meekersappel Ludo Royen, de stichter van de Nationale Boomgaardenstichting dat jaar ook opgevallen, want in het nummer 4 /1997 van Pomologia brengt hij een pomologische beschrijving.
Een zekere Edgard Meekers brengt een ent mee uit de streek van Zelzate en ent deze op een Ijzerappel (Marie Joseph d’Othée) in de boomgaard van zijn vader Michel omstreeks 1945. Waarschijnlijk betrof het een ent van een goede zaailing, want tot nog toe werd geen ander ras gevonden.
(Tussen haakjes. Momenteel loopt er een studie naar de genetische samenstelling van 250 appelrassen van de NBS door Prof Wannes Keulemans van de KU Leuven. Het DODO- project. Ik weet niet of de Meekersappel hier ook bij betrokken is.)
De Meekersappel werd destijds nogal aangeplant in de streek van Borgloon en werd een Limburgse specialiteit. Maar ook in de Kempense zandgrond doet hij het goed.
