29 april 2011 · 00:18 · door Daantje
Meer over de Appelbloesemkever
0 beelden 1 reacties
“Vooral tijdens en gedurende de eerste jaren van de tweede wereldoorlog trok dit insekt de aandacht op zich. Een groot percent van de appeloogst ging niet zelden verloren; ook perenbloesems werden plaatselijk sterk uitgedund. De betere kennis van de levenswijze van deze kever en het courant gebruik van de gechloreerde koolwaterstoffen, vooral dan DDT en later ook parathion en dieldrin, stelde paal en perk aan zijn grote economische betekenis. Dit insekt vernietigt ook kwee en mispelbloesems.
Biologie
Anthonomus pomorum is een klein snuitkevertje. De kleur gelijkt op die van boomschors. De achterkant van de rug draagt een grauwwit “V”-teken. Hij overwintert op allerlei plaatsen o.m. onder schorspellen en tussen graspollen. Bij waarnemingen gedurende meerdere jaren stelden wij vast dat de kevers meestal in de tweede helft van maart uitkomen. Bij zonnig weer vliegen en lopen ze vinnig rond op takken en zwellende winterbotten. Kort hierop boren ze kleine gaatjes in het opengebarsten botweefsel. Deze voedselopname duurt een achttal dagen; het is de zgn. rijpingsvraat, voedselopname uit de opengebroken tere botweefsels.
Na de paring worden de eitjes diep in de nog verscholen bloemknoppen gelegd (één per knop). Dit gebeurt in het volle muizenoorstadium of even later. De eilegperiode houdt gewoonlijk een paar weken aan, zodat behalve vroege bloeiers ook later ontluikende rassen niet ontsnappen aan het broedsel. Opvallend is, dat men in aangetaste perenbloesems, die veel vroeger uitlopen, reeds volgroeide larven kan aantreffen, terwijl men op dit tijdstip in de later ontluikende appelbloesems, zeer jonge larven vindt. Dit wijst er op dat de kevers niet alleen leven volgens het klimaat, maar dat ze zich tevens aanpassen aan de vegetatietoestand van het fruitgewas zelve.
Gedurende de verdere ontwikkeling van de bloemtros vreten de grijswitte larven de bloemorganen uit. Door het overbijten van de vaatbundels der kroonbladeren komen deze laatste niet tot ontluiking. Eerst na het afbloeien van normaal gezonde bloesems verkleuren de kroonbladeren van aangestoken bloesems tot een bruin mutsje. Het is hieronder dat men de larve en ook later de lichtgele pop aantreft. Eind mei, maar vooral in juni komen de jonge kevers uit.
Onmiddellijk hierop volgt een zomervraat, die typisch en kenmerkend is voor deze bloesemkever. In het blad worden nl. kleine gaatjes gevreten, zgn. venstervraat. Ook de jonge vruchten worden soms aangestoken.
Na deze korte voedingsperiode verschuilen de kevers zich tot het eerstkomende voorjaar.
Uit de levenswijze van dit insekt onthouden wij dat het weer tijdens de rijpingsvraat en de eiafzetting van grote invloed is op het al dan niet sterk optreden van gebeurlijke schade. “
Mijn bedenking: volgend jaar hopelijk minder gunstig weer voor de appelbloesemkever! Maar dan profiteren ook wij minder van het goede weer!
