22 maart 2008 · 00:00 · door Daantje
EXIT YALDING
0 beelden 0 reacties
EXIT YALDING
Van Howard Stringer vernam ik dat Yalding Organic Gardens niet meer geopend wordt. Ik ben er tal van keren geweest met groepen, telkens met een smakelijke biolunch en gegidste rondleidingen. Het was steeds moeilijk om de mensen terug naar de bus te krijgen. Men wou er altijd nog wat blijven.
Yalding bij Maidstone was de tweede tuin van Garden Organic, zelf gevestigd in Midden Engeland te Ryton-on-Dunsmore bij Coventry.
We bezochten Yalding een laatste maal op 23 september vorig jaar. Die stond weer op het programma voor de tweedaagse van 13-14 september dit jaar: Wisley Gardens - Canterbury-Brogdale - en nu als vervanging Sissinghurst.
Hieronder een gedeelte uit het verslag van Jan Vannoppen, directeur van de Vereniging Ecologisch Leven en Tuinieren vzw. (Seizoenen 1/2008 p. 8-9 )
“Gezien het tijdsverschil konden wij bij de aankomst in Yalding al meteen aan tafel, voor een overheerlijk ecologisch middagmaal. Maar we keken toch vol ongeduld uit naar de rondleiding: een boeiende tocht door de tijd. Yalding Gardens toont namelijk veertien aparte tuinen uit verschillende periodes, van de 13 de eeuwse apothekerstuin tot de ‘moderne’ ecotuin. Tof om ideeën op te doen. De met geurige kruiden beplante zitbedden uit de middeleeuwse tuin zijn uiterest geschikt om te verpozen en te minnekozen. Bij de cottager’s garden van begin 19 de eeeuw vertelde de gids over William Cobbett, die in zijn boek Cottage Economy (1821) stelde dat een plattelandsfamilie zo goed als zelfvoorzienend kan leven op een kwart acre (10 are). De m’as-tu-vu-stijl van de Victoriaanse tuin, met opvallende exotische bloempartijen en veel ornamenten, deed me onwillekeurig denken aan de kakafonie van attributen die je in sommige Vlaamse tuintjes ziet. Toen en nu geldt trop is te veel! Ook in de 20sts eeuw was de tuin een afspiegeling van de samenleving. In WO II was er bijvoorbeeld de ‘dig for Victory-campagne’, een grootschalige promotie van allotments of volkstuintjes, relevant in de strijd tegen de schaarste. We leerden ook hoe in de oorlog DDT een snelle opmars kende als wondermiddel om luizen- notoire tyfusdragers- en malariamuggen te bestrijden. En hoe het gif na de oorlog op grote schaal gepromoot werd bij boer en tuinder met strijdvaardige advertenties in de stijl van ‘Dit is de atoombom onder de insecticiden’. Dan liever de harmonie van de Gertrud Jekyll-borders, of het knusse van de kindertuin waar alles op miniformaat is. Tot zover de beschrijving van Yalding, een van de toontuinen van Garden Organic, onze zusterorganisatie in het Verenigd Koningrijk: ouder en veel groter dan Velt (toch 12.000 leden), met veel ideeën en projecten. We kunnen er van leren, maar liefst geen copy-paste, want Vlaanderen is Engeland niet. Hier en daar hoorde ik de verzuchting: “Mocht Velt ook zo’n toontuin hebben...” Maar zelfs voor een grote organisatie als Garden Organic is de kost hoog. In de coulissen hoorde ik de gids klagen dat nu ook de laatste betaalde tuinman is overgeplaatst naar Ryton, de grootste tuin van Garden Organic.”Nu moet alles gedaan worden door vrijwilligers?” zuchtte hij. En ik dacht aan de vele Velt-vrijwilligers die in Vlaanderen en in Nederland helpen om tuinen in stand te houden, zoals de Dodoenstuin in Schilde, de groententuinen bij Comité Jean Pain vzw te Londerzeel, en in Nederland de Natuurtuin ’t Loo in Bergeijk en de Velttuin in Gemert. "
