28 mei 2012 · 00:00 · door Daantje
Koninklijke Vlaamse Dendrologische Vereniging in Vordenstein
3 delen 27 beelden 0 reacties
Deel 1 van 3 · 28 mei 2012 · 00:00
Koninklijke Vlaamse Dendrologische Vereniging in Vordenstein
Dag van het Park. Met gids Rob Van Bouwel bezochten we dit park met vele speciale bomen die meestal aangeplant werden vanaf 1850.
Aan de parking wees Rob al direct op een moeraseik (Quercus palustris) die het naar zijn zin heeft aan de straatkant. De gemeente Schoten heeft veel lanen met eiken.
Bij het begin van de wandeling staan enkele recente Amerikaanse eiken (Q. rubra) waaronder de cultuurvariëteit Q.r.’Aurea’ met goudkleurige bladeren. De gids vergeleek het blad van een Amerikaanse eik met dit van een Blikeik (Q. veluta). Het laatste is dik- leerachtig en onderaan viltig. Later wordt het zeer taai, vandaar blikeik.
Een jong exemplaar Moerascypres (Taxodium distichum) trekt de aandacht met erachter 2 reuzengrote exemplaren.
Een boom die je niet moet planten in je eigen tuin is de vleugelnoot (Pterocarya fraxinifolia, Esachtig blad) want de boom verspreidt zich met uitlopers.
Achter de Orangerie staan enkele prachtexemplaren o.a. een geklasseerde Linde, indrukwekkend. Verder een geënte Varenbeuk (Fagus sylvatica ‘Asplenifolia’) en een opvallend hoog geënte Treurbeuk.
We staan stil bij de dikste meidoorn van België en een speciale met zilvergerand blad.
Het geslacht Ginko telt maar één soort: de Ginko biloba, Japanse Notenboom. Bij ons verdreven door de Ijstijden. De soort is wel tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bomen. Men plant vooral mannetjes.
We zien een Tamme kastanje variëteit met lijnvormig blad, maar naar binnen ontwikkelen zich opnieuw de gewone bladeren.
Een Sequoiadendron giganteum (Mammoetboom) toornt boven de andere uit. Maar de S. sempervirens, de grootste boom die men kent, wordt nog hoger.
Wat verder staat een Acer saccharinum, de witte Esdoorn. De lekkere ahornsiroop komt echter van de Acer saccharum, de Suikeresdoorn, uit de vlag van Canada.
Rob toont ons een esdoornvormig blad. Dit is echter helemaal geen Esdoorn maar de Liquidambar styracifolia of Amberboom. De gom zou gebruikt worden in kauwgom.
Het pad loopt verder in een gedeelte helemaal overgroeid met Turkse Rododendron in bloei; mooi. Bij het begin heeft men deze gerooid om een gracht meer licht te geven. Ernaast ligt een bloemenweide, die na de bloei gemaaid wordt en waarvan het materiaal afgevoerd wordt om de verdere verschraling te bevorderen en nog meer bloemvorming te verkrijgen.
Tussendoor vernemen we hoe een Azalea (hier een variëteit met bijna uitbloeide, gele bloemen) te onderscheiden van een Rododendron: de Azalea heeft 5 meeldraden, de rodo meer.
We komen op een hoofddreef. Aan de rechterkant heeft men de rododendrons gekapt en de plaats is ingenomen door een struweel van uitgezaaide berken.
De dreef is afgezoomd met jonge zaaieiken. Geen enkele boom is dezelfde. Rob trekt de aandacht op een bijzonder fraai gevormd exemplaar.
De grond zou hier zeer zuur zijn. Een grote plek heide heeft er zich ontwikkeld na afplaggen.
Echter wat zie ik even verder: vlak naast de rijbaan in dolomiet weelderig tierende grote klis of klit! Het wegmateriaal heeft een strook zeer verrijkt! Thuis heb ik ook veel klis staan. Het is een plant die het eerste jaar in de herfst voor het afsterven een diepwortelende, in de keuken zeer bruikbare wortel vormt. Ik sla die minstens even hoog aan als schorseneer. Tijdens de wintermaanden is er echter helemaal niets meer van te zien, maar tijdens de eerste lentedagen ontluiken de bladeren en dan komt deze plant ook het meest van pas. Het tweede jaar vormt de plant zaad. Wie heeft de jonge hoofdjes met de vele weerhaakjes niet gebruikt om te gooien?
We komen aan het Sterrenbos met een begin van bloei van de in de loop van vele jaren reuzengroot struweel van Kalmia, lepelboompjes.
Men heeft dreven getrokken waarvan een is afgelijnd op de kerken van Schoten en Brasschaat.
De laatste te vermelden merkwaardige bomen zijn enkele Magnolia’s, waaronder een M. virginiana, de grootste van België. Verder de M. hypoleuca waarvan we de grote witte bloemen bewonderden maar vooral genoten van de bedwelmende geur.
Dank aan Rob Van Bouwel en de Koninklijke Vlaamse Dendrologische Vereniging: http://www.kvdv.info
FOTO’S (van Aleide)
Plan Vordenstein
Op Weg
Quercus rubra ‘Aurea’
Moerascypressen
Bloeiwijze Vleugelnoot
De zich uitbreidende boom
Machtige rode Beuken
Het Lindemonument
Idem








Deel 2 van 3 · 28 mei 2012 · 00:00
VERVOLG 1
De zeer laag geënte Varenbeuk
De opvallend hoog geënte treurbeuk
De dikste Meidoorn van België
Gingko biloba
Sequoiadendron, Mammoetboom
Oud exemplaar van Acer campestris, Veldesdoorn of Spaanse Aak.
Machtige Acer Saccharinum, Witte Esdoorn
Geen Esdoornblad, maar van een Liquidambar
Luiquidambar styraciflua, Amberboom








Deel 3 van 3 · 28 mei 2012 · 00:00
VERVOLG 2
Rododendronbloem
Klis of Klit
Kalmia, Lepelboompje
Idem
Magnolia virginiana, de grootste van België (Je zou het niet zeggen!)
Magnolia hypoleuca
Heerlijk geurende bloem
Onder de Magnoliabladeren
Dode beukenstam met reuzengrote Tonderzwammen








