17 maart 2007 · 01:46 · door Daantje
HET ECOLOGISCH HOUDEN VAN KIPPEN
8 delen 6 beelden 0 reacties
Deel 1 van 8 · 17 maart 2007 · 01:46
HET ECOLOGISCH HOUDEN VAN KIPPEN
Het ecologisch houden van Kippen
De Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze heeft eindelijk haar kippenboek uit.
Het ziet er schitterend uit. De layout is zeer geslaagd en de foto’s zijn fantastisch.
ISBN 9789080662230
176 blz. € 24,95 (leden betalen € 19,95)
Deel 2 van 8 · 17 maart 2007 · 22:28
MIJN ERVARING MET KIPPEN
Op de boerderij in West-Vlaanderen hadden we altijd kippen, minstens een honderdtal.
Onze legkippen waren de Witte Leghorns, toen de beste leggers onder de raskippen. Ze kwamen binnen als eendagskuikentjes die zich warmden bij de kachel met koepel, om de warmte naar onder te weerkaatsen. Het waren zo’n warme diertjes om te aaien.
Kippen waren ook mijn eerste speelkameraden. Er waren er altijd die neerhurkten, precies om opgepakt te worden, wat ik toen ook deed.
Toen mijn moeder eten aanbracht hielp ik graag mee om de kippen rond mij te lokken. Als mijn vader de tuin spitte was ik er altijd bij om de dikke pieren te verzamelen om ze de kippen voor te houden. Als kleine, stoute jongen van 3 jaar had ik ooit wel eieren stuk gegooid zodat de kippen zich voor mijn voetjes verlustigden.
Er liepen ook enkele hanen tussen. Soms waren dat zeer agressieve dieren. Ze kwamen naar je hoofd gevlogen. Ik zie mijn moeder zich nog verdedigen, slaande met de voedselemmers.
Voor mij waren die hanen het grootste probleem als de pruimen rijp waren. Ik nam dan een lange stok mee. Eenmaal had ik een haan buiten westen geslagen. Ik was geschrokken. Ik wou het gaan vertellen, was nog maar een paar stappen weg, en werd van achter opnieuw aangevallen.
Het duurde altijd toch even voor deze dieren geslacht werden. Tegen de appeltijd waren ze er gelukkig niet meer.
Na de oorlog werd er overgeschakeld op hybride kippen Hy Lines. Eén maal werd er ook een toom van het ras Mechelse Koekoek, als vleeskippen opgezet. Ik herinner me nog dat het een zeer ziektegevoelige toom was. Te weinig haalden de eindmeet. Het bleef bij die poging.
De eerste kippen die ik hier hield waren er van thuis, hybriden dus.
Ik las over de prachtige raskippen.
Op de beurs ‘Het Neerhof’ te Gent schafte ik mij een machtige Zilverbrakelhaan en twee kippen aan. Een paar dagen later lag de haan dood en enige tijd later werden de kippen spastisch van wat ik later als de ziekte van Marek leerde kennen.
De tweede poging met raskippen kwam er in 1973 via Herman Rombouts, later biokippenboer, toen de secretaris van St Katelijne-Waver en Mechelen, de vierde afdeling van de ‘Vrienden van de Biologische Teelt’. Na een jaar veranderden we de naam in ‘Vereniging voor Ecologische Land- en Tuinbouw’ en de VELT VZW was geboren.
Van Herman had ik Goud – en Zilverbrakels en nog een bruin Hollands ras.
Het waren gezonde dieren, die graag in bomen gingen slapen. Dat was alleen een probleem in zeer harde winters vanwege de bevroren kammen. Hoe hoog ik de afsluiting ook maakte, uitbrekers waren een bestendige last in de moestuin. Even erg vond ik het dat we tijdens de lange wintermaanden van eieren verstoken bleven.
Ik heb ook Mechelse Koekoek en Izegemse koekoek gehad. De eerste hebben pluimen aan de poten, de tweede niet.
Na vele jaren kwamen er een paar hybriden bij en hadden we ook ’s winters eieren.
In 2000 vernam ik dat als gevolg van de nieuwe wetgeving voor de biokippenboeren voor ’t eerst biokippen (hybriden) zouden opgekweekt worden ( vanaf 6 weken biovoeder) en sloot ik hierbij aan met het Project ‘Kip bij ’t Groen, VELT wilt ’t doen’. We kregen 5 Fr. subsidie van de Provincie Antwerpen voor de afvalverwerkende kippen.
Ik kreeg last met GAIA, want ik moest mij ontfermen over afgeleefde batterijkippen. Maar in eigen kring waren er ook felle tegenstanders van hybridekippen, zelfs als die biologisch opgekweekt waren.
Het project kreeg wel een premie van 70 000 Fr van de Koning Boudewijnstichting.
Nog altijd kweken de bioberoepstelers met die Bovans Goldine, levendige, gezonde, bruine kippen, die bruine eieren leggen, ook in de winter.
De bazin, de hoogste in de pikorde, van mijn huidige zes kippen is nog altijd een van die Bovans.
De voorbije winter waren we nooit zonder eieren.
Na het teeltseizoen krijgen zij vrije loop, zodat zij overal naar hartenlust kunnen krabben en pikken.
Een paar zijn handtam, ik kan ze aaien, en ze lopen voor mijn voeten als ik ergens in de grond aan ’t werken ben.
Doen ze mij aan mijn kindertijd denken?
Deel 3 van 8 · 21 maart 2007 · 00:00
WAAR BIOKIPPEN VINDEN?
Zie ( klikken op )
Deel 4 van 8 · 26 maart 2007 · 00:00
Een vervolgverhaal over kippen
Een Vervolgverhaal over Kippen
DE AANKOOP VAN KIPPEN.
Er zijn vele redenen om kippen te gaan houden: enerzijds omdat men het zo’n mooie dieren vindt en ze kleur en leven rond je huis brengen. Anderzijds heeft het nutprincipe echter bij velen de bovenhand. Hiermee bedoelen we dan: eigen, lekkere, verse eitjes, vlees en mest. En je zal je familie en vrienden af en toe een plezier kunnen doen met een eitje.
Om economische redenen moet je ze zeker niet houden.
Maar wat eveneens belangrijk is: kippen zijn erg nuttig bij de verwerking van keuken – en tuinafval. Kippen zijn verlekkerd op de gekookte en gebraden etensresten, die anders problemen stellen bij het composteren.
Met kippen heb je normaal geen groencontainer meer nodig als je nog een paar knepen meer van composteren kent.
Voor een gezin van ongeveer 6 personen zijn 4 à 5 kippen ruim voldoende. Voor een kleiner gezin volstaan 2 à 3 kippen. Daar kippen groepsdieren zijn is het af te raden slechts één kip te houden.
En nu sta je voor de keuze:
1. Wens je zelf verder te kweken, dan ben je aangewezen op een zuiver ras. Je moet een haan en enkele kippen aanschaffen. Deze kippen vind je enkel nog bij liefhebberkwekers. Soms vind je een zoekertje in ‘Seizoenen’, het ledenblad van Velt. Dan kan je wellicht starten met ‘ongecontroleerde’ biokippen. (Je moet dit niet verkeerd verstaan: officiële biokippen komen van een geregistreerd en gecontroleerd bedrijf. Pas dan mag men van Bio spreken).
Misschien word je wel op weg geholpen door familie of kennissen? Meestal zal je aangewezen zijn op de diverse kwekersclubs, waar men soms meer middeltjes gebruikt en geen biovoer. In de toekomst zullen er hopelijk ook biologisch werkende leden komen.
Jaarlijks zijn er ook wel enkele tentoonstellingen waar je te recht kan.
Op sommige markten worden eveneens kippen aangeboden. Niet altijd koop je daar in vertrouwen. Trouwens deze kwekers bieden over het algemeen hybride kippen aan. Vele mensen op de buiten gaan op de kwekerijen zelf hun kippen aanschaffen.
Informeer je goed als je zeker raskippen wilt hebben, want haast algemeen kweekt men enkel nog hybriden.(Zie verder).
Een knappe oplossing: de nieuwe site door VELT gecreëerd: www.kippenseks.be
Dankzij de inzet van echte liefhebbers worden de vroegere landrassen en ingevoerde rassen behouden.
Men spreekt van neerhofdieren.
In België waren in 1998 63 rassen grote ‘hoenders‘ en 59 rassen kleine ‘krielen’ erkend. Dit wil zeggen dat van elk ras een standaardbeschrijving in detail van het ideaalbeeld bestaat, opgemaakt door diverse standaardcommissies.
Sommige rassen staan echter op het punt te verdwijnen.
Vooral de veelkleurige krielen, bomenslapers bij uitstek, zijn nog echte natuurwezens, die zich dapper kunnen vermenigvuldigen. Maar hun gekraai kan de buren ergeren.
Weet dat hanengekraai aan wettelijke regelingen onderworpen is.
De oude hoenderrassen zijn stuk voor stuk prachtige kippen en sommige leggen ook een niet onaardig aantal eieren.
Het grootste nadeel van deze kippen is dat je in de winter soms enkele maanden moet wachten op een ei. En ook in de zomerperiode worden deze (meermaals) broeds (maar er zijn uitzonderingen) en leggen dan een tijd niet, terwijl je normaal aan één broedende kip ruimschoots voldoende hebt voor de eigen kweek.
Maar is het niet betoverend moeder kloek met haar bende kuikens te zien rondscharrelen?
Groot en klein zal er veel plezier aan beleven.
In pril stadium zal je moeten zorgen om eksters en kraaien uit de buurt te houden. Die zoeken op dat moment ook naar voedsel voor hun jongen.
Rondscharrelende kippen op de boerenbuiten bekoren heel veel mensen.
Maar ook in de stad kan je kippen houden.
Te oordelen naar de telefoontjes die ik kreeg hebben de dieren er wel meer ademhalingsproblemen. Er zijn meer bijgeluiden te horen, doch de eileg lijkt er niet sterk onder te lijden.
Als je de kippen telkens roept als je hen wat lekkers komt brengen kunnen sommige rassen heel tam worden. De middenzware rassen zijn over het algemeen minder schuw dan de lichte.
Sommigen maken hun dieren heel tam. Maar als je je erg hecht aan de dieren zal slachten een probleem worden. Na een viertal jaar gaat de eileg flink achteruit. Er zijn heel wat mensen die hun dieren laten lopen tot het einde. Een kip kan 10 jaar en meer oud worden. Doch reken er liever niet op. Tijdens hittegolven bezwijken er nogal wat kippen.
Deel 5 van 8 · 27 maart 2007 · 00:00
Professionele kippenkweek
2. In de professionele kippenkweek is men na de tweede wereldoorlog overgeschakeld op hybride kippen. Ook hier zijn diverse nieuwe rassen ontwikkeld, zowel legkippen als vleeskippen. Men spreekt eerder van merken dan van rassen.
Door meerdere kruisingen is men gekomen tot kippen die extra veel leggen (ook in de winter). Men rekent op een 350 tal eieren tijdens het legjaar waarin ze gehouden worden. Ook biologische kippenboeren houden de kippen maar één legjaar aan. Na dat jaar is de eileg iets minder en worden ook de schalen van de eieren weker; meer breuk en bevuilde eieren. Daarenboven vermijdt men de onproductieve ruiperiode met enkel voedselopname en geen eileg.
Verhoudingsgewijs heeft een moderne legkip minder voeder nodig, en wordt niet meer broeds. (Maar er zijn altijd uitzonderingen.) Het zijn sterke rassen die minder uitval vertonen.
Ik heb nu verschillende jaren ervaring met de Bovans. Bij de eerste kennismaking volgde er een bange week van aanpassing, omdat ze moesten gaan samenleven met mijn mengelmoes oudere kippen, die natuurlijk de baas waren. Na zekere tijd begonnen de Bovans goed hun mannetje (of zeg ik beter vrouwtje?) te staan.
Hoe komt men nu tot deze hybride rassen?
Enerzijds kweekt men de hennen tot deze allemaal dezelfde erfelijke eigenschappen bezitten (lijnenteelt). Dit vergt meerdere generaties van uitselecteren. Soms komen hier ook kruisingen en herkruisingen tussen. Tegelijkertijd doet men dit ook met de hanen.
Via lijnenteelt komt men dus tot dieren met eenvormige erfelijke eigenschappen. De aldus bekomen hennen en hanen worden samen geplaatst op een vermeerderbedrijf.
Uit de broedeieren komt het hybride F1 (first filial generation –eerste nageslacht) ras met superieure eigenschappen. (In de biologie spreekt men van het heterosis effect)
Een van deze rassen is de Bovans Goldline.
Dit ras gaf het meest voldoening aan de beroepskwekers van biologische eieren.
Het zijn levendige kippen die graag buiten lopen en hiertegen goed bestand zijn.
Sinds 2000 laat de broeierij Avibel nv op door BLIK –controle orgaan voor de biologische teelt- gecertificeerde bedrijven, kuikens opkweken met Biogarantie tot bijna legrijpe kippen.
Momenteel worden de dieren nog 6 weken gangbaar gevoed. (In Frankrijk is dit nog 12 weken gangbaar. De huidige EU regelgeving voor biologische eieren schrijft slechts 6 weken biovoer voor, en de kippen mogen hoogstens 18 weken oud zijn, wanneer men overschakelt op biovoer.)
In België schakelt men over op biovoer na 6 weken gangbaar voer.
De Bovans leggen de bij ons meer geliefde bruine eieren.
Witte eieren zijn echter even goed.
Deel 6 van 8 · 29 maart 2007 · 00:00
Wat meer uitleg over hybriden
Wat meer uitleg over hybriden.
Een hybride kan de kruising zijn tussen twee soorten.
Sommigen kruisingen zijn niet levensvatbaar. Andere zijn onvruchtbaar Bv. een paard en een ezel. Het resultaat de muilezel is zelf niet meer vruchtbaar.
Er zijn kruisingen tussen diersoorten die wel vruchtbaar zijn. Zo las ik onlangs dat een bepaalde soort coyote (een Amerikaanse wolf) dreigt uit te sterven door vermenging met zwerfhonden.
In een soort heb je diverse rassen.
( In de gewone omgangstaal spreekt men meestal over soorten als men in feite rassen bedoelt. Je weet wel : ”welk soort appel is dit?” als men feitelijk naar de rasnaam vraagt.)
Als je op rasniveau blijft - en dit is het geval met de hybride kippen - is voortplanting zeker mogelijk. Alleen bekom je weer een grote waaier aan eigenschappen en niet meer de superieure eigenschappen van de ouders. Sommige F2 ’s (tweede nageslacht) geven ook nog voldoening.
Als je binnen het ras blijft en twee rassen kruist bekom je geen steriliteit. Als je wil kan je de eieren van hybride kippen laten uitbroeden (Je blijft immers op rasniveau) en je bekomt een bonte mengeling van leuke bastaardkippen met goede en minder goede eigenschappen, natuurlijk voor een gedeelte afhankelijk van de gebruikte haan. BV Uit mijn laatste broedsel kwamen 2 hanen. Een van beide lijkt perfect op zijn vader. Het wondere is dat ze met elkaar niet vechten en dikwijls in elkaars gezelschap vertoeven. Het slachten is niet dringend.
Deel 7 van 8 · 30 maart 2007 · 00:00
Voor mij geen hybriden !?
VOOR MIJ GEEN HYBRIDEN
Sommigen verwarren dit met de genetische wijziging (of modificatie), waarbij men erfelijk materiaal uit zeer verschillende soorten (bv. een plant en een dier) mengt om te komen tot een genetisch gewijzigd organisme (g.g.o.).
In de natuur, in een open systeem kan dit eventueel onvoorziene gevolgen hebben:
eigenschappen die overgebracht worden naar andere gewassen, met nefaste gevolgen. Vandaar de acties o.a. van Greenpeace.
Bv. In 2001 ontdekte men in de USA dat het biologisch maïszaaigoed dikwijls mee bestoven was door g.g.o. maïs en als dusdanig niet meer kon gebruikt worden in de biologische teelt.
Zeer recent meldde men dat men in een berggebied in Mexico wilde maïs ontdekt had met DNA (erfelijk materiaal) van g.g.o. maïs die men cultiveerde op 100 km afstand.
Genetisch gewijzigd voeder (maïs, soja …) is niet toegelaten in biologisch voeder, doch 100% zuiver is haast niet meer te vinden.
In een gesloten systeem betekent de genbiologie - voor geneeskundige doeleinden - wellicht een nieuwe vooruitgang.
De oude zuivere rassen zijn eveneens ontstaan door soms zeer ingewikkelde kruisingen tussen meerdere andere rassen.
Een voorbeeld: het ras Rhode Island Red, voor de vijftigerjaren een zeer bekende kip) werd in 1857 in Amerika gefokt uit Red Malay, gekruist met roodkleurige Shangais, die zelf al bloed van Bruine Leghorn, Cornish, Wyandotte en Brahma hadden.
R.I.R. zijn goede vleeskippen en tevens goede leggers van bruine eieren. Zijn deze kippen nu überhaupt nog te vinden?
De Witte Leghorn, afkomstig uit Italië (maar verbeterd in de USA) is een van de 12 subrassen van Leghorns.
Tot de tweede wereldoorlog was dit ras de wereldkampioen eileg. Het is een ras dat witte eieren legt. Dit ras lijkt nu van de wereld verdwenen?
De hedendaagse kippenfokkerij geeft een goed voorbeeld van de toepassing van de genetische principes van lijnenteelt en kruising, als van de intensieve selectie om te komen tot productieve legrassen, die in verhouding minder voedsel nodig hebben; als tot het kweken van mestkippen die vlugger slachtrijp zijn, met minder voedsel.
Hierbij maakt men dankbaar gebruik van het Heterosis effect en dit is een biologisch gebeuren.
Door de gerichte kruising bekomt men een superieur nageslacht, dat moeilijk geëvenaard kan worden door een zuiver ras.
Het lijkt mij een utopie dat men een raskip met nog betere eigenschappen kan ontwikkelen, waarvan de ecologische bioingenieur nog durft dromen.
In de commerciële teelt streeft men naar gecontroleerde eigenschappen. Met dieren (of planten) die hieraan niet voldoen kweekt men niet verder.
Let wel, tot het bekomen van deze hybriden heeft men behoefte aan vier grootouders (ouders van de hanen en van de hennen). Hieruit houdt men de gewenste hanenlijn en de gewenste hennenlijn aan. De rest van de kuikens wordt vernietigd. Dit gebeurt over meerdere generaties tot men de gewenste bloedlijn bekomt. Ook bij de laatste stap: het bekomen van de eigenlijke legkippen, worden de haantjes eveneens vernietigd.
Een Gaiaziel moet hier wel principieel afkerig tegenover staan.
Om tot verbeterde legrassen te komen werd gebruik gemaakt van Witte Leghorn, Rode Island Red, New Hampshire enz.
De hybride mestkippen waarvan men in de biologische teelt gebruik maakt zijn de in Frankrijk ontwikkelde ‘traaggroeiers’. Deze groeien trager, maar ontwikkelen een superieure vleeskwaliteit.
Biologische slachtkippen mogen ten vroegste geslacht worden na 81 dagen (12 weken)
De gewone mestkippen leven ongeveer half zo lang!
Door ecologisch ingestelde mensen wordt bedenkelijk gekeken naar de kippenkweek in enge batterijen (althans de legkippen nog tot 2012; mestkippen zitten op de grond) en in reusachtige stallen, die wel tot in de puntjes met computerbesturing geconditioneerd en geregeld worden, met meerdere 10 000 den samen. Hun voeder is weloverwogen samengesteld, maar bevat artificiële toevoegingen: kunstmatige vitaminen en aminozuren. Een goede evolutie is dat stilaan de groeibevorderende antibiotica (al een tijdje verboden in meel voor legkippen, met soms een accident: de minicrisis begin 2001) in dierenvoer verboden worden.
Biologische legkippen zitten niet in batterijen maar zijn gehuisvest in stallen van ten hoogste 3 000 dieren met een buitenloop. Biologische slachtkippen mogen hoogstens met 4 800 zijn, eveneens met buitenloop, een zeer groot verschil met de meer dan 100000 in de industriële kweek.
Als liefhebber heb jij waarschijnlijk de mogelijkheid om jou dieren ( zij het nu raskippen, bastaarden (een mengelmoes van verschillende rassen) of moderne, hybride legkippen nog betere leefomstandigheden te bieden.
Voor iemand bij wie het vooral om productiedieren gaat, zie ik niet goed in waarom de beroepstelers wel met hybride dieren mogen kweken en liefhebbers niet.
Maar nogmaals, lees hoofdstuk 1 opnieuw en overweeg of een nog prachtiger raskip niets voor jou is! De consequentie is dan wel: in de winter geen eieren!
Toch nog een opmerking.
Bij F1 hybriden is de ‘natuurlijke’ variatie eveneens geminimaliseerd. Dit kan een voordeel, maar ook een nadeel zijn.
Als tuinier wens ik niet dat BV alle bloemkolen en spruiten, gelijktijdig oogstbaar zijn, wat je bekomt met hybride F1 zaden.
Commercieel wenst men dit wel voor de eenmalige oogst. Maar ik hecht bv. wel aan de overtreffende, zoete smaak van F1 suikermaïs, boven een zaadvast ras.
Hier moet ik wel de aandacht vestigen op het feit dat de gangbare F1 zaden meestal op een niet biologische manier bekomen worden.
Maar men kan voor het bekomen van hybride zaden ook perfect biologisch te werk gaan. Straks vind je ook deze zaden in de biologische zaadcatalogi.
Deel 8 van 8 · 31 maart 2007 · 00:00
Bewust (?) kiezen voor Biologische Kippen
Bewust (?) kiezen voor Biologische Kippen
(Een standpunt uit het geitenwollensokkentijdperk door een ecologische bioingenieur, de nieuwe benaming voor de vroegere landbouwingenieur)
“Wanneer je dus bewust voor biologische kippen
kiest, weet je zeker dat de kip tot dan toe al een kipwaardig
bestaan heeft gehad (Juist).
In de biologische landbouw kiest men meestal
voor traag groeiende kippenrassen. Die rassen leggen
minder snel eieren (!) en krijgen minder snel veel
vlees. Door de tragere groei kunnen ze langzamer
worden opgefokt, wat hen meer kansen geeft om
een natuurlijke weerstand te ontwikkelen. Zo worden
ze niet zo vlug vatbaar voor ziekten en zijn ze
beter geschikt voor de biokweek.
(Dit klinkt goed, maar klopt niet met de werkelijkheid die ik ken. Mijn hybride Bovans Goldline legden op 21 weken en bleken zeer weerstandige dieren, die minstens even gezond waren als raskippen. Waarom zou men in de beroepsteelt nodeloos meer kosten maken?
Bij de vleeskippen 'traaggroeiers' gaat het om de superieure vleeskwaliteit! Gewone kwekers in Frankrijk hebben deze kweekwijze uitgekiend en als waarmerk genomen. Ze behaalden hiermee het nodige succes bij de fijnproevers. Biotelers volgden aan de hand van het biolastenboek.
AIs je over kippen voor de liefhebber spreekt, bieden
ook streekeigen rassen dikwijls deze kwaliteiten. (Dit heb ik nog nooit ondervonden.)
Het zijn traag groeiende rassen met voldoende
weerstand tegen ziekten, rassen die zijn aangepast
aan lokale klimaatsomstandigheden.
Momenteel worden streekeigen rassen in Vlaanderen nog
niet biologisch opgekweekt. Een biologisch opgekweekte
Mechelse hen vind je (nog) niet'
Belgische professionele biologische pluimveehouders houden
hybride rassen als leghen, zoals het ras Bovans
Goldline.
Op termijn moeten de beide aspecten - streekeigen
ras en biologisch opgekweekt - elkaar kunnen vinden.
Daar ligt de uiteindelijke oplossing voor de
professionele biologische pluimveehouder en voor
de ecologische liefhebber.
(Onwereldse wensdromerij! Onderzoeksstations kennen het Heterosiseffect, en zullen geen kostelijke en langdurige tijd meer investeren op zoek naar dit vermeende ‘zuivere ras’. Ze zijn met deze onderzoeken al 50 jaar gestopt.)
Maar op dit ogenblik is het biologisch aanbod nog zeer beperkt en helemaal afhankelijk van de (hybride) rassen die in de professionele biokweek worden gebruikt.
Op een andere plaats trof ik deze tekst aan:
Hybride Rassen
…
“Door de toenemende commercialisering nemen zulke kippen een steeds grotere plaats in, ten koste van de streekeigen rassen. Dat zorgt voor een enorm verlies aan genetisch materiaal (Juist. In de fruitteelt is dit net hetzelfde; maar er zijn levende genenbanken als bijvoorbeeld Brogdale in Engeland met zijn 2300 appelrassen, 500 peren, 350 pruimen enz.)
en vormt een bedreiging voor de toekomst van de landbouw. ??? Dit laatste heb ik in de verf gezet! Klinkt vreselijk; maar dit lijkt mij onrealistische bangmakerij.
…
De genetische eigenschappen van zulke dieren zijn immers zo gewijzigd dat deze dieren niet meer probleemloos kunnen buiten rondlopen. “
Een probleem dus voor de professionele biotelers?! Ik heb dit van hen nog niet gehoord. Hun dieren lopen probleemloos buiten!
Het buitenlopen kunnen de commercieel gehouden dieren in de gewone kweek ( in fabrieksstallen) vanzelfsprekend reeds lang niet meer, dit wil nog niet zeggen dat, wanneer zij daartoe de kans zouden krijgen, dit niet meer zouden kunnen!
In de bioteelt moeten ze wel buitenlopen . Mijn ondervinding is dat – zeker de Bovans Goldline – er evenzeer tegen bestand zijn als raskippen.)
