20 december 2007 · 00:00 · door Daantje
Peren 2
0 beelden 0 reacties
De auteur heeft het over de groeivormen van de bomen.
Als eerste behandelt hij de piramidevorm (bomen op kwee onderstam) te planten op 3 m van elkaar. Minstens 40 cm tussen de gesteltakken aanhouden.
Op een oog naar beneden snoeien om vertikale scheuten te vermijden.
De onderste takken worden veel minder ingesnoeid dan de bovenste.
Men bevordert de groei van zwakke takken door een inkerving boven de takinplanting, waardoor de verdere sapstroom geremd wordt en meer ten goede komt aan de onderstaande tak.
Als 2 komt de Fuseau, de spil- of kolomboom.
Deze bomen worden geplant op 75 cm tot 1 m van elkaar. We spreken van minstens 100 jaar geleden! En ik die dacht dat dat men toen haast enkel hoogstambomen kende!
De zijtakken snoeit men op 25 cm, hoogstens op 35 cm.
Zwakke takken bevordert men door ze langer te snoeien. Door een dwarse insnede boven der tak aan te brengen.
Onder de tak maakt men gelijktijdig een vertikale insnede. Deze laatste versterkt nog de sapstroom door het uitlokken van een helende werking.
