23 december 2007 · 19:29 · door Daantje
Welke peren planten
2 delen 0 beelden 0 reacties
Deel 1 van 2 · 23 december 2007 · 19:29
Welke peren planten
Hallo Daniel
Sinds begin dit jaar lees ik trouw jouw blog, omdat jij veel interessants te melden heb. Zelf doe ik ook nogal wat met fruit en groenten, weliswaar niet biologisch maar toch op een vrij natuurlijke wijze.
Nu wil ik graag nog drie hoogstamperen aanschaffen. Ik woon in NL in de gemeente Hulst, op 50 m afstand van de Belgische grens. Qua rassenkeuze zou ik bomen kunnen planten uit het Waasland, dat hier vlakbij is. De grond bij mij is zand, niet te nat en niet te droog. De bomen komen in gras te staan, in een hoogstamboomgaard waar ook runderen grazen. Mijn ervaring is dat er nogal wat bomen doodgaan, minstens een stuk of acht al, door zaken als droogte, muizen, perevuur of ze kwijnen als gevolg van schurft, soms kanker. Ik heb nu een stuk of zes hoogstammen van gemiddeld 10 jaar oud en toch kan ik eigenlijk nooit een rijpe peer eten.
Kun jij mij advies geven? Appels doen het bij mij redelijk tot goed, pruimen en kersen gaat ook wel, meestal redelijke tot goede groei en redelijk gezond.
Behalve gezond en groeikrachtig is mijn enige eis dat er af en toe eens wat lekkere peren aanhangen. En liefst geen modern ras.
Ik wilde bestellen, bij de NBS:
-Besi de Chaumontel
-Conseiller à la Cour
-Catillac/Pondspeer
Als reservepeer, ingeval niet voorradig, dacht ik aan:
-Zwijndrechtse wijnpeer
-Jodenpeer (Esperen)
- Bruine Kriekpeer
Is dit een goede keus? Of heb jij een beter voorstel?
Ik ben benieuwd naar jouw reactie Daniel.
Alvast bedankt en de groeten
Karel
Antwoord:
Het verbijstert mij dat:
1. Zoveel bomen doodgaan.
2. Er na 10 jaar nog geen vruchten zijn, zelfs rekening houdend dat het hoogstammen zijn.
Daar heb ik gewoon geen verklaring voor. Of bleef een rijke, organische bemesting achterwege?
Bij mij is ooit maar één perenboom die hier al stond doodgegaan. Zou het kunnen dat ik te kwistig was geweest met roze korrel? Die heb ik achteraf nooit meer aangeschaft.
Toen ik deze zomer in Wommelgem een bezoek bracht aan de boomgaard van Paul Boeye had ook hij problemen gehad met afstervende hoogstamperen. (Blog van 31/07). Marguerite Marrilat vormde de grote uitzondering.
Het lijkt mij intetressant links en rechts in de streek te informeren wat de bevindingen zijn met peren.
De Boomgaardenstichting biedt een formidabel assortiment aan. Wel was (is?) er het probleem dat er te veel verwisselingen tussen staken. Ik hoop dat je krijgt wat je vraagt.
Besi de Chaumotel is mij totaal onbekend. Ik heb er mijn documentatie bijgehaald.
André Leroy in zijn Dictionnaire de Pomologie van 1867 schrijft uitvoerig over dit ras dat al beschreven werd in 1675!
Matige groeikracht. De vruchtbaarheid is gewoon. De vruchten zjn groot. (Op hoogstam kleiner).Vruchtvlees: wit,halffijn, halfknakkend, sappig, steencellen. Sap: overvloedig, zoet-zuur, uitgesproken heerlijk parfun. Laat rijp, tot eind januari, zelfs februari. (Bij een voorgaande beschrijving lijkt het rijpingsstadium nu vroeger te liggen.)
Volgens Theyskens speelt de grond een belangrijke rol. In een warme, lichte bodem als in het zuiden van de provincie Antwerpen zijn de vruchten uitzonderlijk goed.
In compacte, vochtige en koude bodems is het resultaat zeer teleurstellend.
Ik zou de boom, na het wat hoger aanplanten, voorzien van een berg compost; een dikke boomschijf rond de stam, niet in de plantput.
Conseiller à la Cour Leroy beschrijft deze peer als Maréchal de Cour.
Groeikrachtige boom. Zeer vruchtbaar. Vruchten onder de middelmaat bij zware dracht. Eerste, soms tweede kwaliteit, als het sap te zuur is.
Het is een Belgische peer van Van Mons. ( In de komende tijd hoop ik de vertaling van ‘Histoire de Pomologie Belge’ van Joseph Theyskens op de blog te zetten.)
De Catillac, Pondspeer
Gezonde, groeikrachtige, zeer vruchtbare, grote keukenpeer. Bewaart
tot april. Uitstekende bakpeer. Net als de eerst genoemde peer al beschreven in 1675.
De genoemde reserveperen zijn eveneens de moeite waard.
Je zou bv ook aan de peer Wilma van Willy Mahieu van Jabbeke, een zeer goede winterpeer, kunnen denken.
Deel 2 van 2 · 31 december 2007 · 13:12
Over het planten van Peren (Vervolg 23-12-2007)
“Ik ga zeker meer aandacht schenken aan de bemesting.
In het verleden plantte ik altijd 4 palen rondom mijn nieuwe aanplant, en daaromheen prikkeldraad omdat er enkele stuks rundvee in mijn boomgaard lopen. Zij vreten anders van de boompjes en duwen ze omver.
Nu blijkt altijd dat na een paar jaar de grond in het vierkant minstens 15 cm omhoog komt! Er zitten blijkbaar muizen en dergelijke in, de grond wordt erg luchtig, de wortels hangen bijna in het luchtledige. Ik heb een paar keer flink wat koeienmest rondom mijn bomen gegooid, en dit bevorderde de aanwezigheid van wormen, maar die trekken dus weer muizen en mollen aan. Ik zal dus ook maar gaas rondom de wortelkluit aanbrengen in de toekomst, anders helpt er niets. (Verduidelijking: De woelmuizen en woelratten knagen de bast van de wortels, soms met afsterven van de boom tot gevolg.)
Sinds een paar jaar doe ik boomkorven rondom de stam van de boompjes, de grond wordt dan niet meer los, eerder vastgetrapt, maar dat is dan iets minder erg, hoop ik. Bij mij zijn de eerste vijf jaar cruciaal voor een boompje, als ze eenmaal 10 tot 15 cm dik zijn, dan doen de koeien niet zo veel schade meer.
Mijn oude rassen haal ik uit een boekje, genaamd Hoogstamvruchtbomen, 136 pagina's 2e druk 1993, een uitgave van de Stichting Landelijk Overleg Natuur- en Landschapsbeheer (in Utrecht).”
Karel
