15 maart 2010 · 19:57 · door Daantje
Pruimenzaagwespen
2 delen 0 beelden 0 reacties
Deel 1 van 2 · 15 maart 2010 · 19:57
Pruimenzaagwespen
Er zijn er twee: de gele pruimenzaagwesp (Hoplocampa flava) en de zwarte (Hoplocampa minuta). Het zijn kleine beestjes, tussen 3,5 en 5,5 mm. De flava of gele hebben een geelachtig achterlijf, ook de voorvleugels en poten zijn geelkleurig. Ze ontpoppen van begin april tot begin mei. Ze vliegen bij zonnig weer. Ze leven maar twee weken. Hun naam hebben ze danken aan hun speciale legboor waarmee ze eerst een putje kerven in de groene kelkblaadjes en er telkens 1 eitje in deponeren. Het kelkblaadje verkleurt. Het duurt niet lang vooraleer de witte larfjes te voorschijn komen. Ze hebben een geelbruin of heloranje kopje. Aan een zijkant boren ze zich in een vruchtje en eten zich een weg tot in de nog weke steen. Bij het groeien wordt de oude huid afgeworpen en spoeden ze zich naar een nieuwe vrucht en eten ook daar de jonge steen leeg. Bij iedere vervelling zoeken ze een nieuwe vrucht.
Na 4-5 weken zijn de
larven volwassen. Deze witte bastaardrupsen verspreiden een scherpe geur. Ze
laten zich op de grond vallen en blijven er 5 è 25 cm diep in de bodem in hun
cocon tot de volgende lente. Er is maar één generatie. (A. van Frankenhuyzen Schadelijke en nuttige insekten en mijten in fruitgewassen.) In de mail van 12/03 van Charles de Schaetzen van PCFruit, St. Tuiden is sprake van 2 generaties. Vergissing met de meerdere generaties van de fruitmot?)
Schadebeeld: vooreerst het bruinverkleuren van de kelkbladen; vervolgens het goed zichtbare gaatje in de aangetaste pruimen die meestal afvallen. Op deze gaatjes ziet men gomvorming en sporen van uitwerpselen. De vruchtjes zijn binnenin uitgegeten.
Vooral de middentijds bloeiende pruimen hebben het meest te lijden.
Wat te doen
De natuurlijke vijanden zijn: vogels, loopkevers, roofwantsen, sluipwespen en spinnen.
Voorbehoedende en zachte
maatregelen: ’s morgens vroeg, wanneer de wespen nog star en koud zijn kan men
de beestjes van een tak afkloppen in een breed vangnet of een emmer en ze
vernietigen.
Eveneens verzamelt men de aangetaste en gevallen vruchtjes.
Wanneer de wespen niet al te talrijk zijn, kan je ze ook zien als behulpzame vruchtendunners!
Plant ook vroeg – en laatbloeiende rassen met grotere kansen om te ontsnappen aan de slechts kortlevende wespen.
De harde aanpak met pyrethrum of Quassia doodt tevens de op dat moment zeer talrijke, nuttige insecten.
Daarbij komt nog dat de larven onbereikbaar zijn in de vruchten en dat ook de eieren een goede beschutting hebben. Enkel de wespen zijn te treffen en eventueel overkruipende larven.
Voor de huistuin is het wellicht best te leren leven met soms een beperkte oogst; te meer daar er in de meeste jaren slechts weinig wespen zijn.
Deel 2 van 2 · 14 juli 2010 · 08:15
Vervolgverhaal van de Pruimenzaagwespen
Vervolgverhaal van de Pruimenzaagwespen
door Herman Vandepoele
Na de pruimenzaagwespramp van vorig jaar, die ik uitvoerig gerapporteerd heb en die je, je beslist zal herinneren, nu het vervolg. (zie blogs van 15-03-2010 en voorgaande dagen)
Ik heb dus tijdens de bloei en tot een week erna een
10-tal zinkwitlijmvallen opgehangen in de boomgaard. Na een maand
hingen de vallen zwart van de insecten en dan heb ik ze verwijderd. Een
flink aantal zaagwespen zullen op die manier wel gevangen zijn. Dat er
nuttige insecten zijn blijven “plakken” zal ook wel waar zijn. Maar het
zal nog altijd biologisch meer verantwoord zijn dan constant met de rugsproeier
rond te zeulen. In elk geval heeft geen enkele bij zich laten vangen en
ook de lieveheerbeestjes zijn de dans ontsprongen. Toch was er nog veel
schade, vooral bij de vroegbloeiende rassen (RC sanguine, Sprite en vooral
Belle de Thuin). De laatbloeiende rassen zoals Ste-Cathérine en de
Mirabellen hebben het minst geleden. Van zodra de schade bij de kleine
pruimpjes zichtbaar was heb ik overal waar ik bij kon de aangetaste pruimpjes
rigoureus geplukt en de afgevallen exemplaren verzameld en vernietigd (onder
water gezet),
Tot zover het goede nieuws uit de Torhoutse boomgaard,
Herman
