15 maart 2010 · 00:00 · door Daantje
Pruimenmot
0 beelden 1 reacties
Een minstens even grote belager als de pruimenzaagwespen is de pruimenmot (Grapholitha funebrana of synoniem Cydia funebrana). Vooral in warme zomers een plaag: 2 de generatie.
De volgroeide rupsen spinnen zich in, van eind augustus tot half mei van het volgende jaar, in een cocon, achter schors. Ze verpoppen van april tot eind juni. De vlinders komen uit van mei toe juni. Rupsen zijn er tot begin augustus.
2de Generatie: poppen: eind juni tot eind juli. Vlinders: half juli tot half september; Rupsen: eind juli tot begin oktober.
De volgroeide rups is rozig met een bruinzwarte kop. Bij onoplettend eten van een pruim met rups is er weinig afwijking in smaak en je hebt een bijkomende eiwitbron! Een rups in appel hindert meer en de bastaardrups van een zaagwesp heeft een bepaald onaangename geur.
De vlindertjes hebben een vleugelspan van 1 tot 1,5 cm. De grauwbruine voorvleugels hebben een donkergrauwe, onregelmatige tekening met vage omtrek.
Twee, drie weken nadat de bloemblaadjes afgevallen zijn, beginnen de wijfjes met telkens een enkel eitje op de zich vormende pruim te leggen. Dit doen ze meest in de naad van de pruimen.
Na 10-14 dagen komen de roodachtige rupsjes uit en boren zich in een vruchtje. Deze vruchtjes kleuren blauw, violet en vallen af. De rupsjes vreten nog wat na en verpoppen dan tussen droge bladeren en losse schors.
Van begin juli tot eind augustus vliegt de tweede generatie en legt eieren op de halfwas pruimen. Na enkele dagen komen de rupsjes uit en boren zich in de pruim. Na 3-4 weken zijn ook deze volwassen en verlaten de pruim en zoeken een plaats onder de schors. Het echte verpoppen gebeurt pas na de winter.
Schadebeeld
De gang van de rups in de richting van de vruchtsteel kleurt donker en is van buitenaf goed te zien. De vroegst beschadigde vruchten vallen af. De rups van de tweede generatie eet het vruchtvlees rond de steen van de halfrijpe pruim.
Naast de pruimen worden ook kwetsen, mirabellen, maar ook sleepruimen aangevreten.
Afweermaatregelen
Natuurlijke vijanden: oorwormen, weekschildkevers.( Bv Soldaatjes, met roodachtige of zwarte lange dekvleugels, veel te zien op schermbloemigen), roofkevers, roofvliegen, gaasvliegen, sluipwespen en spinnen.
Het is nuttig regelmatig de afgevallen vruchten te verzamelen en te vernietigen.
In de nazomer (augustus, september) rond de stammen vangbanden aanbrengen tegen de rupsen die een winterkwartier opzoeken.
Plant vroege pruimenrassen, die niet of minder aangetast worden.
De eerste generatie richt geen grote schade aan. Het is de zomergeneratie die gevaarlijk kan worden.
In noodgevallen kan pyrethrum gebruikt worden. Dan valt af te wegen: is een gedecimeerde oogst toch niet te verkiezen boven het mee doden van talrijke, nuttige insecten?
Reacties op bericht (1)
|
16-03-2010 |
|
Ik heb Carpovirusime gebruikt op pruimen. Met goed resultaat denk ik want ik had in dat jaar weinig wormstekigheid. Volgens info werkt het product tegen appel en peren-mot ( ook een Cydia ). Groeten Silvain |
