10 december 2011 · 16:31 · door Daantje
Zwarte Bessen (Ribes nigrum)
8 delen 0 beelden 0 reacties
Deel 1 van 8 · 10 december 2011 · 16:31
Zwarte Bessen (Ribes nigrum)
De “Paters “ in West-Vlaanderen
Aleide vroeg van er terug werk van te maken en een nieuw veld aan te leggen. Zwarte bessen vragen af en toe nieuwe grond. Na een tiental jaar is het best een nieuw perceel voor te bereiden. Een overgroeid perceel heb ik deze zomer overtrokken met antiworteldoek om de begroeiing te doen afsterven. Deze winter wordt er compost en verteerde paardenmest op gevoerd.
Uit Engeland wil ik Big Ben betrekken; een nieuw ras van het Scottish Crop Research Institute bij Dundee met zeer grote bessen en een zoetere smaak.
De proefstations zijn de laatste jaren rassen aan het selecteren voor de verse consumptie: langere trossen en dikkere bessen.
Met Big Ben is Schotland hierin geslaagd.
Vervolgt
Deel 2 van 8 · 11 december 2011 · 21:12
ZWARTE BESSEN VERVOLG 1
De takken van zwarte bes hebben een speciale geur, niet bepaald aangenaam, maar wel typisch zodat je alleen al hieraan zwarte bessen van rode kunt onderscheiden.
Ik heb als kind zwarte bessen of beter paters (de volksnaam in West-Vlaanderen) leren eten. Deze rassen hadden de sterke smaak.
Men is er in geslaagd deze stoffen op te sporen. Het zijn namelijk zwavelverbindingen, die reeds in zeer geringe concentratie te ruiken en te smaken zijn.
Bij het onderzoek naar nieuwe rassen tracht men deze zwavelverbindingen er uit te kruisen. Een eerste ras waarbij dit lukte is het Poolse ras Bona (1991). Dit ras heeft grote bessen en een zoete smaak; blijkbaar een eerste selectie voor de verse consumptie. Dit ras heeft echter minder zuren. Kinderen vinden deze bessen aangenaam smaken , doch iemand die de sterke smaak gewend is vindt ze niet sterk genoeg.
Polen, het Europees land met de grootste productie van zwarte bessen heeft het proefstation: Research Institute of Pomology and Floriculture (RIPF) te Skierniewiece.
Naast Bona (1991) kwam in 1991 ook het ras Ceres op de Poolse rassenlijst. Dit laatste ras was een van de eerste met resistentie tegen de bessenrondknopmijt.
Maar er zijn een reeks nieuwe rassen:
Tiben (laat) en Tisel (de vroegste) : in 2000 op de Poolse rassenlijst.
Ores (laat), Ruben (laat) en Tines (midden): 2005
Gofert : 2009
Op de Werktuigendagen deze zomer te St. Truiden liet men mooie, grote zwarte bessen proeven. Ze vielen ons danig mee. Er was echter niemand die het ras kon benoemen. Er is een serieuze kans dat dit het ras Tines was of was het Big Ben?
Vervolgt
Deel 3 van 8 · 13 december 2011 · 12:31
Zwarte Bessen VERVOLG 2
Welke zijn vandaag voor zwarte bessen de Selectiecriteria?
Minder vorstgevoeligheid. Een tijd terug waren er jaren dat (haast) alles bevroor tijdens lentevorsten. Een ramp voor de industriële teelt, waarbij het steeds meerdere hectaren betreft. Men zoekt vooral naar een later bloeitijdstip.
Geschiktheid voor machinale oogst.
Betere kwaliteit: mooiere trossen en grotere bessen
Een betere smaak voor de verse consumptie. Deze optie is erbij gekomen omdat de teelt voor industriële verwerking verzadiging vertoont met als gevolg te lage prijzen. Wat consumptie betreft zijn er alleszins nog mogelijkheden.
Meer vitamine-C Globaal gezien is het vitamine-C gehalte het hoogst van al onze kleinfruitsoorten, maar er is verschil bij de verschillende rassen.
Hoger anthocyaangehalte o.w.v. de anrtioxidanten, de gezondheidsfactor waarvoor zwarte bessen zo belangrijk zijn.
Resistentie tegen de bessenrondknopmijt (Cecidophyopsis ribis Westw.) In de gezwollen knoppen zitten vele tientallen mijten die in het voorjaar gaan zuigen aan de nieuwe bladeren. Bovendien zijn deze mijten dragers van het brandnetelvirus dat de bladeren aantast en productieverlies veroorzaakt.
De bessenbladgalmug (Dasineura tetensi Rübsaamen) of Leaf Curling Midge.
Resistentie tegen schimmelziekten:
-Amerikaanse kruisbessenmeeldauw (Sphaerotheca mors-uvae)
-Bladvalziekte (Drepanopeziza ribis)
-Zwarte bessenroest (Cronartium ribicola)
Deel 4 van 8 · 14 december 2011 · 00:00
Black Currants VERVOLG 3
DE NIEUWERE RASSEN
De rassen van het Scottish Crop Research Institute dragen de naam Ben, de benaming voor een Schotse berg.
Ben Lomond (1975) was het eerste, moderne Schots ras. Door het late bloeitijdstip ontsnapte het aan lentenachtvorsten. De resistentie tegen meeldauw werd intussen echter doorbroken. Haalde h op het Poolse Experimentele Station te Dabrowice van 2002 tot 2006 nog een gemiddelde opbrengstvan 7,0 ton/ha. Ben Lomond heeft grote bessen: gemiddeld bessengewicht:110g/100 bessen.
Ben Alder (1989) heeft een zeer hoog gehalte aan anthoccyaninen. Dit ras bloeit zeer laat. Typisch is de opgerichte groeiwijze die het ras zeer geschikt maakt voor mechanisch oogsten. De bessen zijn wel klein.
Ben Tirran (1990) is de laatste bloeier, groeit eveneens opgericht en is hoog in vitamine C.
Ben Hope (1998), productief, goede smaak, resistentie tegen rondknopmijt. Is momenteel het meest (industrieel) geteelde ras.
Ben Gairn (1998) , het enige ras met resistentie tegen het reversie virus. Zeer vroege bloei en rijping. Op de proeftuin Houtig Kleinfruit te Tongeren was de waardering negatief, zowel voor productiviteit, vruchtsortering en troskwaliteit.
Ben Avon en Ben Dorain (beiden 2003) hebben veel gemeen met Ben Alder en Ben Tirran.
Voor de zelfpluk, in het Engels PYO, Pick Your Own en de amateurmarkt ontwikkelde men rassen met een beperktere groei, grote bessen en een relatief zoetere smaak. Enkel Big Ben beantwoordt aan dit laatste criterium. Bij het bezoek vorig jaar aan het Scottish Crop Research Institute viel het mij op dat de in ontwikkeling zijnde rassen opmerkelijk zoeter smaken.
Ben Sarek : zwakke groeikracht; vormt een kleinere struik met zeer veel grote bessen. Het ras heeft nog de sterke zwarte bessensmaak. Je mag niet te lang wachten met plukken want rijpe bessen vallen af. Gezonde groeier.
Ben Connan (1993) Middelsterke groei; heeft eveneens grote, wel iets beter smakende bessen o.w.v. minder zuur. In het Poolse onderzoek gedurende 5 jaar een gemiddelde opbrengst van 7,3 ton/ha. Gemiddeld bessengewicht 109g/100 bessen. Vitamine-C rijk. Resitentie tegen meeldauw en bladvalziekte; wel gevoelig voor mijten en luizen.
Big Ben het nieuwste ras, heeft de dikste bessen en een duidelijk zoetere smaak. Voor zover ik weet is dit ras nog enkel in Engeland te vinden. Gezien zijn excellente eigenschappen zal dit ras binnen luttele jaren ook hier te koop zijn.
Deel 5 van 8 · 15 december 2011 · 00:00
Schwarze Beeren 4
De nieuwe Poolse rassen van het Research Institute of Pomology and Floriculture (RIPF) te Skierniewiece.
Vanaf 1997 is men in Polen doelbewust begonnen met het kweken van rassen die ook geschikt zijn voor de verse consumptie m.a.w. het uitkruisen van de te sterke zwavelverbindingen.
Bona Gemiddelde groeikracht, opgericht ; vroegrijp, zachte smaak en weinig zuren, zeer grote bessen en Ceres , gemiddelde groeikracht, zeer vroege bloei, nachtvorstgevoelig; rijpt ook zeer vroeg; gemiddelde besgrootte, naar de zure kant. Gezonde groeier (beiden 1991)
Tiben (laat) Dit ras had de hoogste gemiddelde opbrengst over 5 jaar van 9,9 ton/ha en dit met het kleinste bessengewicht: gemiddeld 101g/100 bessen! Tiben is ook de felste groeier: gemiddeld 1,98 m. (vergelijk Titania die wij kennen als zeer groeikractig: gemiddeld 1,69m!) en Tisel (de vroegste) , gemiddelde opbrengst: 8,4 ton/Ha met een gemiddeld gewicht van 124g/100 bessen (2de plaats) . Ook nr 2 wat groeikracht betreft: 1,78m. In 2000 op de Poolse rassenlijst.
Ores (laat), Ruben (laat) en Tines (midden), gemiddelde opbrengst: 8,0 ton/ha. Dit ras had wel de zwaarste bessen: 135g/100 bessen. Wat resistensie tegen bladvalziekte betreft schoorde dit ras iets minder goed. lancering 2005
Gofert : 2009 Zeer productief; grote en gemiddelde vruchten; goede smaak; rijk aan vitamine C: zowel voor de verse markt als voor industriële verwerking Resistent tegen schimmels. Ook aanbevolen voor de biologische teelt.
Behalve voor het ras Bona heb ik geen weet of deze Poolse rassen hier al ergens verkrijgbaar zijn. Als u meer weet graag een seintje.
Deel 6 van 8 · 17 december 2011 · 18:39
ZWARTE BESSEN VERVOLG 5
Op het Poolse Expererimentele Station te Dabrowice liepen 2 vergelijkende onderzoeken.
I van 2002 – 2006 : 5 oogsten
Gemiddelde opbrengst ton/ha : Tiben: 9,9 ;Tisel: 8,4; Tines : 8,0 ; Ben Connan : 7,3 ; Ben Lomond : 7,0 en Titania : 6,2
Gemiddeld vruchtgewicht, gewicht van 100 bessen in gram : Tines : 135g ; Tisel: 124g ; Ben Lomond: 110g; Titania en Ben Connan beiden 109g; iben 101g.
II van 2006 -2007: 2 oogsten
Gemiddelde opbrengst ton/ha: Ruben: 5,6: Tisel: 5,5; Ores en Tiben: 5,1; Obejin: 4,5; Titania: 3,9; Tines; 3,4
Gemiddeld vruchtgewicht 2005-2007 : 3 oogsten 100 bessen in g.
Ruben: 150g; Tines: 146g; Ores: 131g; Titania en Tisel:121g; Tiben: 108g; Obejyn: 96g.
Hieraan wil ik nog de beoordeling toevoegen van Erika Krüger, medewerkster in de Duitse proeftuin te Geisenheim. “ Ik hou van de smaak van zwarte bessen. Persoonlijk eet ik Bona niet zo graag. Ik heb het meer voor de typische smaak van ‚Ometa’, ‚Tsema’, ‚Tiben’ en ‚Tisel’. Dit zijn soorten die de typische smaak van zwarte bessen hebben, zonder de opdringerige smaak,te wijten aan de zwavelverbindingen. “
Nota: deze beoordeling dateert voordat de dessertrassen Tines en Big Ben er waren.
Andere
Dr. Bauer`s Ometa – Duitsland (1991) Sterke, opgerichte groei ; weinig gevoelig voor de Bladvalziekte; resistent tegen Roest (Cronartium ribicola) en Meeldtauw. Vruchtgrootte: zeer grote vruchten aan lange stelen. Bloeit later, zodat het ras ontsnapt aan de late vorst. Middelvroeg rijp. Bessen vallen niet gemakkelijk af. Smaak matig. Hoog wat vit.-C betreft
Triton (1985 Zweden) Vroeg, tamelijk grote bessen met voldoende smaak; gezonde groeier.
Titania (1985 Zweden) , sterke groeikracht, opgericht ,middentijds, zeer grote bessen, matige smaak. Zeer gezonde groeier. Te Dabrowice een gemiddelde opbrengst van 6,2 ton/ha. Gemiddeld bessengewicht 109g/100 bessen.
Andega Frankrijk, vroeg, productief, kwalitatief goede vruchten, aan de zure kant.
Cacak Black (1984 Servië) productief, midden-laat, lange tros, mooie vruchten, ook voor verse consumptie.
Variëteiten (ook) als dessertvruchten
Big Ben : Schotland
Bona : Polen
Tisel : Polen
Tines : Polen
Cacak Black : Servië
Dlinnokistnaja : Rusland
Lentaj : Rusland
Czerezniewa : Oekraïne
Sofijewskaja : Oekraïne
Blizgiai : Litauwen
Gagatiai : Litauwen
Vyciai : Litauwen
Deel 7 van 8 · 18 december 2011 · 19:00
Zwarte Bessen 6
Even over het gezondheidsaspect.
Het vitamine C gehalte van zwarte bessen is het hoogst van al onze inheemse vruchten. Met een gemiddelde van 181 mg per 100 g verse bessen ligt dit extreem hoog en is volgens de Amerikaanse aanbevelingen voor volwassenen zelfs 3 maal zoveel als de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH). Vergelijk hierbij appelsienen die met 50 mg per 100g vier maal lager scoren. Daarnaast zijn er nog veel secundaire inhoudsstoffen die door voedingswetenschappers als voorbehoedend voor hart – en bloedsomloopstoornissen en kanker erkend worden. Dit zijn de anthocyanen die de pel zwart en het sap zwartrood kleuren. Daarbij zijn de bessen nog rijkelijk voorzien van ballaststoffen en kalium, daarbij ook calcium en ijzer.
Het gehalte aan antioxidanten is wellicht de voornaamste factor voor het bepalen van de gezondheidswaarde. Ze maken de gevaarlijke radicalen onschadelijk.
Ik voeg hieronder een tekst in van het Scottish Crop Research Institute
Fruit quality and nutritional aspects
The main
fruit quality objectives in blackcurrant breeding have traditionally focused on
ascorbic acid (AsA) content. The range of AsA in commercially available
varieties varies from 130 - 200 mg/100 ml juice, but this increases to over 350
mg/100 in some breeding lines and even higher in wild accessions of R. nigrum var. sibiricum. Some reports suggest that
the AsA contained in blackcurrant fruit is more stable than most other sources,
possibly due to the protective effects of anthocyanins and other flavonoids
within the berries. The main period of AsA accumulation coincides with the
berry expansion phase, soon after fertilization, and genotypic rankings of AsA
content established in this early stage remained constant thereafter (Viola et al
2000).
Blackcurrants and other Ribes species are outstanding sources of antioxidants,
both in the form of high ascorbate levels but also in the high concentrations
of polyphenolic compounds that are contained within the fruit. The latter
include flavonoids, such as anthocyanins and flavonols. The amounts of these
compounds present in the berries varies with cultivar, environment and
agronomic practices. The main anthocyanins in blackcurrant are
cyanidin-3-rutinoside, delphinidin-3-rutinoside, delphinidin-3-glucoside and
cyanidin-3-glucoside, and the relative proportions vary between genotypes. For
example, a survey of available germplasm has shown that western European
varieties contain more cyanidin derivatives, whilst Scandinavian varieties
contain a higher proportion of delphinidin derivatives. Since the latter are
generally more stable, many breeding programmes including the SCRI programme
have preferentially selected for a high delphinidin:cyanidin ratio (Brennan 1996) and varieties such as 'Ben Alder' are particularly high in
delphinidins. There are also within blackcurrant fruit minor compounds, such as
cyanidin-3-sophoroside, delphinidin-3-sophoroside and
pelargonidin-3-rutinoside, which collectively amount to ca. 5% of the total
anthocyanins.
The stability of these nutritionally important compounds in blackcurrant during
processing has been assessed, and whilst juice processing can cause
considerable losses of ascorbate, the phenolic compounds are relatively stable
during processing and antioxidant activity is retained in the juice. However,
there may potentially be changes caused within the phenolic compounds by the
processing, which may affect bioavailability. There are at present various
studies worldwide, involving clinical trials, to ascertain how much of the
ingested blackcurrant phenolics are actually taken up by the body and thereby
play a role in proposed health benefits from berry consumption.
Tabel 1 Gemiddelde Voedingswaarde per 100 g verse bes
(Gegevens: United States Departement of Agriculture: Nuttrient Database)
|
Energetische waarde |
264 kJ (63 kcal) |
|
Koolhydraten |
15,4 g |
|
Vetstoffen |
0,4 g |
|
Eiwitten |
1,4 g |
|
Thiamine (Vit. B1) |
0,05 mg |
|
Riboflavine (Vit. B2) |
0,05 mg |
|
Niacine (Vit. B3) |
0,3 mg |
|
Pantotheenzuur ( B5) |
0,395 mg |
|
Vitamine B6 |
0,066 mg |
|
Vitamine C |
181 mg |
|
Calcium |
55mg |
|
Ijzer |
1,5 mg |
|
Magnasium |
24 mg |
|
Fosfor |
59 mg |
|
Kalium |
322 mg |
|
Zink |
0,27 mg |
Tabel 2 Gehalte aan antioxidanten
Zwarte bessen 14 – 50
Blauwe bessen 20 – 45
Frambozen 13 – 22
Aardbeien 9 - 18
Pruimen 9,5
Sinaasappel 7,5
Druiven 7,4 – 18
Appel 2,2
Witte wijn 2
Deel 8 van 8 · 20 december 2011 · 13:37
ZWARTE BESSEN VERVOLG 6
Ziekteresistentie en smaak: uit de mond zelf van de onderzoekers in Schotland.
Disease resistance
Other agronomic objectives within the programme are resistance to gall mite (Cecidophyopsis ribis) and to Blackcurrant Reversion Disease (BRD). Resistance to gall mite has been a breeding objective in most blackcurrant programmes for many years (Brennan 1996). The most effective source of resistance used so far in western Europe is the Ce gene from gooseberry, and the introgression of this gene into R. nigrum is described by Knight et al (1974). A long-term backcrossing programme to restore acceptable fruiting characters was undertaken, latterly at the Scottish Crop Research Institute, and potential new varieties with resistance to C. ribis are now approaching commercialization. Work to develop molecular markers linked to mite resistance is also in progress. For reversion disease, resistance is derived from a Russian cultivar, 'Golubka', itself a derivative from the species R. dikuscha. This resistance has proved durable in the cultivar 'Ben Gairn' in a range of environments throughout Europe, and the development of new PCR tests for the viral agent causing BRD will facilitate the selection of further resistant material within the programme.
Fruit flavour
Sensory components, such as flavour, aroma and mouthfeel, are also part of the selection process within the SCRI programme. Advanced material is assessed by trained panels and the most suitable selections from the end-users' perspective are progressed in the breeding process. Flavour appears to be the most important sensory attribute, and initial studies have suggested that some flavour characteristics are dominant in their inheritance. Overall, however, sensory attributes show highly complex patterns of inheritance and further work is in progress to examine this so that specific breeding strategies can be used.
